← Alle verhalen
Horeca

FSIN: hogere horecaomzet betekent niet dat er meer wordt verkocht

FSIN licht zijn vooruitblik op foodservice toe: hogere prijzen stuwen de omzet, terwijl de vraag onder druk blijft. Voor ondernemers telt vooral wat er per gast overblijft.

Illustratief beeld van bezoekers die eten en drinken kiezen bij een buffet in een bedrijfsrestaurant.

Een stijgende omzet kan een horecabedrijf op het verkeerde been zetten. Het FoodService Instituut Nederland beschrijft in een openbare toelichting van 19 oktober hoe prijsverhogingen de omzet in foodservice ondersteunen, terwijl het verkochte volume daalt. De toelichting hoort bij de FoodMarkt Outlook 2027, die het instituut op 7 oktober presenteerde.

Voor 2026 raamt FSIN de omzetgroei in foodservice op 2,6%, tegenover een volumedaling van 1,4%. Het gaat om marktramingen, niet om de definitieve jaarresultaten van individuele bedrijven. Het instituut verwacht ook in 2027 druk op volumes. Meer euro's in de kassa staan dus niet automatisch voor meer bestellingen of gasten.

In de nieuwste toelichting wijst FSIN op consumenten die minder vaak buiten de deur eten of tijdens hun bezoek een voordeligere keuze maken. Tegelijk blijven loon-, energie- en inkoopkosten de marges belasten. Het beeld verschilt per segment; een restaurant, bedrijfsrestaurant en afhaalzaak hebben niet hetzelfde verdienmodel.

Voor de eigen bedrijfsvoering is het daarom nuttig om drie cijfers naast elkaar te volgen: het aantal gasten of transacties, de gemiddelde besteding en de marge per bestelling. Vergelijk dezelfde weken en openingstijden. Zo wordt zichtbaar of een omzetplus voortkomt uit hogere prijzen, meer bezoek of een andere samenstelling van de bestellingen.

Een praktische test hoeft geen algemene korting te zijn. Probeer bijvoorbeeld op één rustig dagdeel een overzichtelijk arrangement en meet zowel het aantal extra bezoeken als de opbrengst na directe kosten. Vraag terugkerende gasten wat zij missen of juist waarderen. De marktverwachting geeft richting; de eigen cijfers moeten bepalen welke aanpassing werkt.